website - vitaliteit tip - blauw - 20.jpg

 

alebeekIMG 5973
In samenwerking met het Sociaal Fonds Taxi, nemen 5 taxibedrijven (Taxi van Alebeek, Taxibedrijf van den Hout, Lotax taxibedrijf, Besseling vervoert, Haars Groep) deel aan de vitaliteitsroute.
 

Vijf maanden lang werken meer dan 100 deelnemers aan het verbeteren van hun vitaliteit. Zij worden hierbij begeleid door ervaren coaches en trainers van het Vitaliteit Centrum. Er wordt onder andere gelet op zaken als slaap en voeding. Een aantal deelnemers heeft vóór de vitaliteitsroute al een duidelijk doel voor ogen, variërend van o.a.: beter willen slapen, beter om te gaan met stress, meer bewegen, afvallen, tot gezonder eten.

 

Vol enthousiasme zijn de deelnemers aan de slag gegaan met hun doelen, en met succes! Om inzicht te bieden in ieders persoonlijke vitaliteit is de route gestart middels een vitaliteitscheck. Bij deze check werden verschillende zaken gemeten, o.a. vetpercentage, vochtgehalte, BMI, botmassa, spiermassa en de metabolische leeftijd. Dit laatste was voor velen een eye-opener.

 

Bij de vitaliteitroute ligt de nadruk op het krijgen van energie en je (weer) lekker voelen. De workshop energiemanagement en het coachingsgesprek, die verderop in de route volgden, hebben hierin meer inzicht gegeven. Een mooi gebaar van de werkgever om hun medewerkers de ruimte te geven om met elkaar aan het werk te gaan op het gebied van vitaliteit.

 

Op 20 juni was het eind van de route een feit. Directie en medewerkers van Taxi van Alebeek b.v. beleefden de slotbijeenkomst van de vitaliteitsroute. In ontspannen sfeer werd er teruggeblikt op de afgelopen maanden. Persoonlijke ervaringen werden gedeeld en de conclusie is: de deelnemers zijn zich fitter, uitgeruster en gezonder gaan voelen. Tijdens deze bijeenkomst nam het Vitaliteit Centrum alle aanwezigen mee door de ‘jungle van de etiketten’. Op informele wijze werden etiketten van allerlei voedingsproducten ‘ontleed’, om zo de deelnemers ook in de toekomst bewust de juiste producten te kunnen laten kiezen.

 

Aan het eind van deze bijeenkomst ontvingen alle deelnemers een certificaat. Een mooie route is hiermee bij Taxi van Alebeek b.v. afgerond. De deelnemers van de overige taxibedrijven zullen in de komende maanden hun vitaliteitsroute afronden.

 

 

 

Den Haag l Donderdag 26 november 2015 Deventer bedrijf Vitaliteit Centrum en Sociaal Fonds Taxi eervol tweede bij de ESF-award 2015!
 
Het Vitaliteit Centrum Deventer heeft samen met Sociaal Fonds Taxi op donderdag 26 november een eervolle vermelding gekregen van de landelijke ESF-award 2015, een initiatief van het Ministerie van Sociale Zaken.In het museum voor Communicatie in Den Haag is de felbegeerde Award uitgereikt aan Weener XL, Werk en Inkomen uit Den Bosch. Het Deventer Vitaliteit Centrum kreeg voor het Vitaliteit programma dat zij hebben ontwikkeld en inmiddels uitgevoerd onder zo’n 800 bus- en taxichauffeurs een eervolle vermelding. Op het gebied van innovatie binnen de categorie Duurzame Inzetbaarheid was dit project het meest onderscheidend en succesvol.
 
Op de foto zijn te zien: Hans Spanjers directeur Vitaliteit Centrum l Duurzaam Inzetbaarheid Centrum, Ria Stienen HR Manager Connexxion, Rianda Bos communictie mederwerker Sociaal Fonds Taxi, Ruud de Haan Manager Opleiding, Arbo en Veiligheid Sociaal Fonds Taxi, Karin van der Sangen, projectleider Vitaliteit Centrum l Duurzaam Inzetbaarheid Centrum.
 
In het kader van de ESF-subsidie en in samenwerking met Sociaal Fonds Taxi heeft het Vitaliteit Centrum gekeken hoe duurzame inzetbaarheid binnen het openbaar vervoer op de kaart kan worden gezet. Gezamenlijk is het Vitaliteitsproject ontwikkeld en uitgevoerd, bestaande uit onder andere vitaliteitchecks, individuele coaching, workshops op gebied van slaap, voeding, bewegen en stress, teamactiviteiten, artikelen en overige communicatiemiddelen. De pilotfase van het project is succesvol afgerond en het project wordt inmiddels voortgezet. “Het Vitaliteitsproject van Sociaal Fonds Taxi zet het onderwerp ‘leefstijl’ op de agenda. In dit Vitaliteitsproject gaat het om de werknemer zélf en zijn eigen verantwoordelijkheid, motivatie en inzet. Het aanspreken op die eigen verantwoordelijkheid blijkt succesvol te zijn. De deelnemers worden getriggerd als ze geconfronteerd worden met de vaak minder positieve uitkomsten van de vitaliteitscheck. Het project maakt de werknemer bewust en zet hem aan om zelf in actie te komen om z’n leefstijl te veranderen”, aldus Ruud De Haan, initiatiefnemer binnen Sociaal Fonds Taxi. De pilot heeft geresulteerd in een gedegen en volledige Toolkit Duurzame Inzetbaarheid. De Haan: “Deze toolkit stellen we als Sociaal Fonds Taxi beschikbaar aan de branche zodat bedrijven er zelf mee aan de slag kunnen. De enthousiaste reacties van de deelnemers en de bedrijven aan de pilot hebben ons ervan overtuigd dat we met dit Vitaliteitsproject een middel in handen hebben waarmee we de partijen letterlijk en figuurlijk in beweging krijgen”.
 
Hans Spanjers, directeur Vitaliteit Centrum en zusteronderneming Duurzaam Inzetbaarheid Centrum: “Ik ben trots en blij dat het project inmiddels wordt voortgezet binnen de gehele branche, mede door de positieve resultaten van de pilot. Een soortgelijk project voeren wij op dit moment ook uit in Deventer, in samenwerking met het MKB Deventer. Samen zijn wij door het MKB Nederland en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verkozen tot één van de convenantpartners voor het programma Duurzame Inzetbaarheid op de werkvloer”. In het project Deventer Ondernemers Challenge 2015/2016 werken zo’n vijftien teams zeven maanden lang aan hun energiegebruik, teambinding, het aanpakken van stress, het verbeteren van (persoonlijke) resultaten en een hogere productiviteit. Het Vitaliteit Centrum coacht, adviseert en daagt de deelnemende teams uit! Alles met als doel om vitaliteit en daarmee de energie en productiviteit op de Deventer werkvloer te verbeteren. Naast deelname van gerenommeerde Deventer bedrijven, doet er ook een team mee met Deventer ZZP-ers en een bestuurdersteam bestaande uit onder andere de burgemeester, een aantal wethouders en vertegenwoordigers van de Deventer Kring van Werkgevers.


 

StentorartikelOp donderdag 18 december 2014 verscheen een groot artikel over het receptenboek 'Wat eet jij tijdens de onregelmatige dienst' in de Stentor, regio Deventer. Journalist René Nijland schreef zijn artikel naar aanleiding van de lancering van het receptenboek op vrijdag 12 december 2014 en een interview met Hans Spanjers. In het artikel wordt nogmaals benadrukt dat het gaat om voedzame, praktische maaltijden die makkelijk mee te nemen zijn voor mensen die werken in ploegendiensten. Het receptenboek is te koop bij Food & Oil te Deventer (Grote Overstraat 63) of aan te vragen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..    

 

 

boek 

Met trots presenteren wij u het receptenboek “Wat eet jij tijdens de onregelmatige dienst?’. Het boek staat vol informatie, praktische handvatten, tips en recepten die helpen om werknemers tijdens wisseldiensten energiek te houden. De afgelopen jaren hebben wij als centrum al meer 1.000 mensen getraind in hoe om te gaan met het werken in onregelmatigheid (ploegendienst). Niet door te benadrukken wat niet goed voor ze is, maar door het geven van praktische tips met betrekking tot wat wel goed voor ze is. Het receptenboek is hiervan een voorbeeld. Op vrijdag 12 december 2014 zijn de eerste exemplaren van het boek overhandigd aan onder andere Ruud Cornelisse (Abvakabo FNV), Fred Kagie (Qbuzz), Marco Kok (MKB Deventer), Peter Meerman (Deventer Kring van Werkgevers), Jeanet Kleine Schaars (Zorggroep Raalte) en Wouter van Ginkel (Nationaal Platform Duurzame Inzetbaarheid).

 

 

 

Van idee tot uitvoering

Wij leven in een 24-uurs maatschappij waarin meer dan een miljoen Nederlanders onregelmatig werkt. Wetenschappelijke onderzoeken tonen aan dat deze onregelmatige diensten een aanslag op ons lichaam zijn. Ook de kranten staan er vol mee: we slapen te weinig en we worden ongezonder. “Wat ons opviel is dat met name het probleem wordt uitvergroot, echter de praktische oplossingen worden niet geboden. Welke gerechten eet je tijdens een onregelmatige dienst? En hoe kan je deze makkelijk meenemen?”, aldus Hans Spanjers, directeur van het Vitaliteit Centrum en het Duurzaam Inzetbaarheid Centrum. Spanjers: “Op het moment dat het idee voor een receptenboek ontstond is collega Karin van der Sangen onmiddellijk aan de slag gegaan. Zij heeft vol enthousiasme gewerkt aan het boek en zie het resultaat!”. Tijdens de lancering van het boek in het Jordenhuis te Deventer benadrukte Ruud Cornelisse, bestuurder Abvakabo FNV, het belang van het receptenboek voor werknemers die op onregelmatige tijden werken. HR-manager van Qbuzz, Fred Kagie, prees vooral de praktische toepasbaarheid van de gerechten voor zijn organisatie.

 

Hans Spanjers - Baltasar Tieskens - klein

Samenwerking met sterrenchef

Voor het receptenboek is samengewerkt met sterrenchef Baltasar Tieskens. Tieskens maakte in twee jaar tijd zijn droom waar en wist op zijn dertigste met zijn innovatieve kookstijl een Michelinster te bemachtigen. Inmiddels is hij ook foodcoach en culinair consultant. Daarnaast werkt hij als freelance coach voor het Duurzaam Inzetbaarheid Centrum. Hij is betrokken bij een groot project waarin ruim 800 bus- en taxichauffeurs deelnemen aan het vitaliteitprogramma. In het boek draait het om voedzame, vullende en praktische maaltijden die makkelijk mee te nemen zijn. We hebben gekeken naar de werknemer in de wisseldiensten in verschillende branches. Belangrijk is dat zij de gerechten kunnen meenemen in hun broodtrommel of in een plastic zakje. Op veel plaatsen is een koelkast en magnetron aanwezig waar je eenvoudig je eten kunt koelen en opwarmen.

 

Waar te koop?

Wij zijn van mening dat het voor iedereen mogelijk is een optimaal energieniveau te bereiken, ook tijdens wisseldiensten. Hiervoor is het belangrijk om te letten op voeding die de gewenste energie geeft die op dat specifieke moment nodig is. Zo kan iedere dag en nacht energiek en met plezier worden gepresteerd, op het werk én thuis. Het receptenboek ‘Wat eet jij tijdens de onregelmatige dienst?’ is dan ook voor iedereen te koop bij Food & Oil te Deventer (Grote Overstraat 63) of aan te vragen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

 

 

Duurzame inzetbaarheid verdient veel meer belangstelling van werkgevers en werknemers dan het nu krijgt. Dat is de oproep van directeur arbeidsvoorwaardenbeleid Hans van der Steen van AWVN tijdens het jaarcongres van de werkgeversvereniging 2010. Het thema van het congres was Nieuwe dimensies (en we werken nog lang en gelukkig).

 

Hans van der Steen ging tijdens zijn speech in op het waarom, wat en hoe van duurzame inzetbaarheid. Werkgeversvereniging AWVN meent dat alle partijen groot belang hebben bij de aandacht voor duurzaam inzetbaarheid van werknemers, omdat de arbeidsmarkt in hoog tempo verandert. Van der Steen: "Duurzaam ondernemen wordt een bepalende randvoorwaarde om attractief te blijven op een verkrappende arbeidsmarkt. Er is straks méér werk te doen met minder mensen. Daarmee ontstaat de noodzaak van optimale arbeidsparticipatie."

 

Van der Steen verklaarde dat partijen vooral moeten inzetten op participatie, productiviteit en vitaliteit. Hij ziet met name mogelijkheden in verbetering van het bedrijfsklimaat, in het anders organiseren van werkzaamheden en in nieuwe arbeidsvoorwaardelijke arrangementen, die bijdragen aan de vitaliteit van mensen en daarmee van organisaties. Van der Steen riep alle partijen dan ook op vanuit deze structuur nadruk te leggen op inzetbaarheid.

 

Uit een enquête onder AWVN-leden blijkt dat driekwart van de ondervraagden knelpunten ervaart bij de uitvoering van afspraken over duurzame inzetbaarheid. Dit heeft vaak te maken met het gevoel van urgentie in samenhang met een focus die op de korte termijn is gericht. Hierdoor staat de aandacht voor duurzame inzetbaarheid onder druk. Wel onderschreven alle respondenten het belang van verbetering van inzetbaarheid van werknemers.

 

20 december 2011

 

Kennis en vaardigheden verouderen extra snel bij vertrek uit de arbeidsmarkt. Ook kleine deeltijdbanen hebben een negatief effect op kennisontwikkeling en vrouwen komen slechter aan de slag hoe langer zij er tussentijds uitstappen. Blijven werken houdt menselijk kapitaal het best op peil, stelt het ROA uit Maastricht vast.

 

Het nieuwe onderzoeksrapport 'Depreciatie van menselijk kapitaal', van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) gaat in op de ontwikkeling van menselijk kapitaal gedurende de levensloop. In het onderzoek wordt vooral gekeken naar de ontwikkeling van dit menselijk kapitaal na een loopbaanonderbreking vanwege zorgtaken of een periode van werkloosheid. Het meeste economisch onderzoek naar menselijk kapitaal gebruikt loongegevens als indicator.

 

Behalve die gegevens en de arbeidsparticipatiekans, analyseert dit onderzoek ook testen van de basisvaardigheden op gebied van taal, tekstbegrip en rekenen ('de functionele geletterdheid'), geheugentesten en de subjectieve inschatting van de eigen kennisontwikkeling.

 

Snelle afname van geletterdheid na 40

Opmerkelijk is dat de functionele geletterdheid al na het veertigste levensjaar significant achteruit gaat. Daarbij is de afname in de functionele geletterdheid bij de 40-49 jarigen in tien jaar tijd bijna even groot als het verschil in functionele geletterdheid tussen middelbaar en hoogopgeleiden. Deze achteruitgang gaat extra hard als iemand enige tijd uit het arbeidsproces is gestapt.

 

Daar staat tegenover dat men bij het ouder worden op het werk andere vaardigheden benut. Dit wordt weerspiegeld in de door de onderzoekers ontwikkelde maatstaf voor kennisontwikkeling. De kennisontwikkeling blijft positief tot op een leeftijd van ongeveer 58 jaar, maar het neemt wel steeds minder toe met het stijgen van de leeftijd.

 

De ontwikkeling van het kennisniveau van werkenden correspondeert met de loonontwikkeling over de leeftijd. Dit betekent dat het hogere gemiddelde loon van ouderen ten opzichte van jongeren in lijn is met hun hogere productiviteit.

 

De negatieve kant van deeltijd

Deeltijdwerken in kleine banen (minder dan 28 uur) blijkt een sterk negatief effect te hebben op de kennisontwikkeling. Werknemers met een grote deeltijdbaan (28 tot 32 uur) verschillen qua kennisontwikkeling echter niet van voltijdwerkers. Een belangrijke conclusie van het onderzoek is ook dat het volgen van scholing belangrijk is voor het op peil houden van iemands kennis en vaardigheden. Cursusparticipatie remt de kennisafname significant.

 

De participatiedip bij vrouwen rond het krijgen van kinderen kan in dit opzicht dan ook leiden tot het verlies van menselijk kapitaal, waarschuwen de onderzoekers. Wie langer inactief is, komt moeilijker aan een baan en als dat wel lukt, gaat het vaak om een lager beroepsniveau.

 

Kansen van vrouwen

Als vrouwen voor de inactieve periode al een aantal jaren arbeidsmarktervaring hebben, corrigeert dat het negatieve effect van een loopbaanonderbreking. "Dit is een interessante bevinding, omdat het suggereert dat de vaardigheden die opgedaan zijn in de vorige baan niet geheel verloren gaan, indien vrouwen zich voor een al dan niet langere tijd terugtrekken uit betaalde arbeid om voor hun kinderen te zorgen", zeggen de onderzoekers.

 

Tot slot blijkt uit de analyses dat ontslag om bedrijfseconomische redenen de kans op werk in de toekomst verkleint. Vanuit de literatuur wordt aangenomen dat bij bedrijfseconomisch ontslag geen sprake is van een selectieproces op basis van de relatief lage productiviteit van de ontslagene. Wanneer ontslag via het UWV of na een faillissement tot stand komt, heeft dat twaalf maanden later echter nog negatieve gevolgen voor het loon.

 

Bron: ROA Maastricht

 

AMSTERDAM - Werknemers die de lunch overslaan zijn niet alleen ongezond bezig, hun arbeidsethos kost het bedrijfsleven ook nog eens bakken met geld. Alleen al in Groot-Brittannië kost het doorbuffelen zonder lunch het Britse bedrijfsleven dagelijks £50 miljoen door verlies van concentratie en daardoor arbeidsproductiviteit, zo becijferde zorgverzekeraar Bupa.

 

Volgens het onderzoek neemt slechts 30% van de werknemers de tijd voor een lunchpauze, de rest zit vastgeklonken aan zijn bureau. Ruim een derde van de ondervraagden zegt flinke druk te ervaren van de manager. De manager wil dat zijn team doorwerkt, terwijl nog eens 50% van de mensen uit eigen beweging de lunchbreak overslaat, domweg omdat de hoeveelheid werk die er nog ligt een onderbreking niet toelaat. Slechts 13% slaagt er dagelijks in om een uurtje met lunchpauze te gaan.


Toch zouden managers er verstandig aan doen om hun personeel te stimuleren hun boterhammetjes niet achter het bureau maar in de kantine of buiten in de zon op te eten. Want het overslaan van de lunch zorgt volgens de onderzoekers voor een productiviteitsverlies van ten minste 40 minuten per dag. Ook hebben mensen die geen pauze nemen meer fysieke klachten zoals hoofdpijn, stijve gewrichten en geïrriteerde ogen. Ook ervaren zij meer stress en zijn ze vaker gedemotiveerd.

 

Bron: de Telegraaf

 

 

 

 

 

 

Contact vc

 

 

 

 

 

 

Privacy  Disclaimer